Als er iets is dat mij doet steigeren, dan is dat wel arrogantie. Verwaandheid, hoogmoed, snobisme… eigenschappen die mij spontaan naar het kotszakje doen grijpen. Dergelijke onhebbelijkheden zijn louter het gevolg van verdrongen en verborgen frustraties. Als ik nog maar aan dergelijke lui denk, schieten mij allerlei niet bestaande Nederlandse scheldwoorden te binnen. Zillepezers zijn het, krikkewinders, leverpossen!
Gisteren toog ik naar de supermarkt, getooid in mijn militaire uniform stijl Khadafi. Op mijn verzoek had Menno vlaggetjes bevestigd op de hoeken van mijn omgebouwde lijkwagen genaamd Chantal. Voor grotere boodschappen zijn we wel genoopt op Chantal een beroep te doen, omdat de koets wat te klein uitvalt voor al het gekochte proviand.
Toen we met ons afgeladen winkelkarretje bij de kassa’s arriveerden, vonden we er maar een paar open. ‘Dat wordt aanschuiven’, zuchtte ik. Elke week stuurde ik een brief naar het hoofdbestuur van deze supermarktketen met de vriendelijke doch dringende vraag om mij, als meest gedistingeerde dorpsgenoot, een eigen kassa te verlenen of dan op zijn minst een kassa speciaal te openen voor mij. Waarschijnlijk moet dit dossier verscheidene kanalen doorlopen, want ik heb nog niets van hen mogen vernemen.
Omdat het altijd beter is zo nauw mogelijk aan te sluiten in een wachtende rij schuifelde ik van tijd tot tijd voetje voor voetje naar voren. Voor mij bevond zich een deerne van een jaar of 23. Op zeker moment schoot een boerse kerel zich langs de wachtenden door en viste een mandje mee van onder de loopband. Tijdens die vliegensvlugge handeling beroerde zijn arm of zijn mandje de bips van de 23-jarige troela.
Met vliemende ogen draaide ze zich om. ‘Wie denk je wel dat je bent?’, siste ze, ‘jij vieze lelijke oude vent!’. Nu kan ik veel hebben, ik ben van geen kleintje vervaard en ik laat door niemand met me sollen, door niemand! Maar dit onooglijke prutkutje ging nu toch wel te ver in haar gissingen en veronderstellingen. ‘Ik ben de meest gedistingeerde dorpsgenoot en jij bent een prutkutje’, begon ik kalm. Het is altijd beter om het fatsoen en respect in alle omstandigheden te bewaren. Want anders riskeert men andermans respect te verliezen.
‘Jij verwaande smerige slet!’, ging ik door. ‘Als ik je echt had willen bepotelen, dan had het heus niet aangevoeld als een handvat van een mandje!’. Nu raakte ik pas goed op dreef. ‘Nee, dan had het zó gevoeld’ – ik kneep voluit in haar borsten, ze zou haar lesje wel leren, ‘en dan had het ook zó gevoeld’, krijste ik, en mijn hand greep naar haar kruis.
Toen voelde ik een lichte por in mijn rug. Menno gaf aan dat ik wat meer kon opschuiven naar voren en haalde me zo bruut uit mijn gedagdroom. Het wicht voor me was aan de beurt. Ze deponeerde al haar waren op de loopband en plaatste dan netjes het ‘Volgende klant’-bordje op de band. Tijdens die handeling wierp ze me een glimlach toe. Maar die verdween als sneeuw voor de zon toen ze de waanzinnige glans in mijn ogen bemerkte.
Menno wou net ons karretje beginnen leegmaken op de band toen een pronterige dame ons in het smalle gangetje voorbij donderde. Ze had weliswaar maar één artikel bij, maar dat kon mijn woede niet temperen. ‘Pardon, maar doet u dat thuis ook?’, brieste ik. ‘Wat?’, sprak ze, ik meende een Duits accent te horen. ‘Jij truttige trien, denk maar niet dat je hier zomaar voor zal kruipen!’. Ik greep haar vast en trok haar achteruit. Iemand hielp haar echter uit mijn greep. ‘Menno?!’, blies ik verontwaardigd, ‘wat…?’. Het wicht voor me keek me strak aan en reikte haar hand naar de pronterige dame. ‘Hier, ma, geef maar’, zei ze.
Benny, ik verwijder niet graag comments, omdat ik alles zo open mogelijk wil houden. Maar een parodie wil een parodie blijven en het is niet de bedoeling om een persoonlijke vete hier op het scherp van de snee uit te vechten. Bepaalde persoonlijke elementen horen onaangeroerd te blijven, dat is mijn mening.
Nogmaals, mijn excuses, ik doe het niet graag, maar je zal best wel begrijpen wat ik bedoel.
Bedankt.
En dan had je waarschijnlijk nog chance dat het geen koopjesdag was, want dan is het hek helemaal van de dam. Ze had je je ogen uitgekrabd
Als je dan toch eisen begint te stellen, vraag dan meteen of ze een filiaal voor jou alleen opendoen, dan heb je en passant ook een kassa voor jou alleen. Je moet op je strepen staan hé
dag shining !
Benny.